Onjuist advies van de bedrijfsarts? Als werkgever draai je alsnog op voor de kosten
Bij ziekte van een werknemer speelt de bedrijfsarts een belangrijke rol. Werkgevers vertrouwen op het medisch advies over wat een werknemer nog kan tijdens het re-integratietraject. Toch blijkt uit de rechtspraak dat dit vertrouwen niet zonder risico is.
Op 21 januari 2026 bevestigde de Centrale Raad van Beroep opnieuw dat een werkgever verantwoordelijk blijft voor alle deskundigen die hij inschakelt tijdens de re-integratie van een zieke werknemer – waaronder de bedrijfsarts.
Met andere woorden: maakt de bedrijfsarts een fout, dan kan de werkgever daarvoor alsnog de rekening krijgen.
Werkgever blijft eindverantwoordelijk voor re-integratie
De bedrijfsarts adviseert over de belastbaarheid van een werknemer. Dat is logisch: als werkgever heb je zelf geen medische expertise. Toch ontslaat dat je niet van je verantwoordelijkheid. De rechtspraak hanteert al langere tijd de zogenoemde “voor rekening en risico van de werkgever”-benadering. Dit betekent dat de werkgever eindverantwoordelijk blijft voor het verloop van het re-integratietraject.
Zelfs wanneer je als werkgever het advies van de bedrijfsarts volledig opvolgt, kan het UWV later oordelen dat de re-integratie onvoldoende is geweest.
Mogelijke gevolgen voor werkgevers
Stel dat de bedrijfsarts adviseert dat een werknemer volledig arbeidsongeschikt is en niet kan werken. Je volgt dit advies netjes op.
Later concludeert het UWV dat de werknemer wél (gedeeltelijk) had kunnen werken. Dan kan dit voor de werkgever grote gevolgen hebben, zoals:
- onnodige loondoorbetaling
- extra re-integratiekosten
- een loonsanctie van het UWV (tot maximaal één extra jaar loon doorbetalen)
- geen mogelijkheid om de schade op de bedrijfsarts te verhalen
Kortom: argumenten als “maar de bedrijfsarts adviseerde dit” bieden in de praktijk weinig bescherming.
Wanneer moet je als werkgever extra alert zijn?
In sommige situaties is het verstandig om extra kritisch te kijken naar het advies van de bedrijfsarts, bijvoorbeeld bij:
- langdurige volledige arbeidsongeschiktheid zonder duidelijke medische onderbouwing
- het uitblijven van opbouw in werkzaamheden
- adviezen die erg voorzichtig of onduidelijk zijn
- spanningen of conflicten tussen werknemer en werkgever
- re-integratietrajecten die stil lijken te staan
In dit soort situaties is het belangrijk om als werkgever actief de regie te houden over het re-integratiedossier.
Zo beperk je het risico op een loonsanctie
Om problemen bij de RIV-toets van het UWV te voorkomen, is het verstandig om:
- actief te blijven sturen op re-integratie
- te blijven vragen: wat kan de werknemer nog wél doen?
- afspraken en stappen goed vast te leggen
- tijdig een tweede spoor traject te starten
- kritisch door te vragen bij adviezen van de bedrijfsarts
- bij twijfel een arbeidsdeskundige in te schakelen
- eventueel een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen
Kort gezegd: volg het advies van de bedrijfsarts, maar blijf als werkgever wel regie houden.
Mogelijke wetswijziging: meer zekerheid voor werkgevers
Er ligt momenteel een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer:
“Wijziging toets op re-integratie-inspanningen en WIA-voorschotregeling.”
Het doel van dit wetsvoorstel is om het advies van de bedrijfsarts leidend te maken bij de beoordeling van het Re-Integratieverslag (RIV) door het UWV. Als deze wet wordt aangenomen, kan een werkgever in de toekomst geen loonsanctie meer krijgen vanwege een verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts van het UWV over de belastbaarheid van de werknemer.
De beoogde ingangsdatum van deze wijziging is 1 januari 2028.
Hulp nodig bij re-integratie of een ziektedossier?
Een zorgvuldig re-integratietraject is belangrijk om risico’s zoals een loonsanctie van het UWV te voorkomen. Onze juridische experts denken graag met je mee bij vragen over ziekte, re-integratie of het beoordelen van adviezen van de bedrijfsarts.
Neem gerust contact met ons op via 079-3445678 of stuur een e-mail naar m.schwagermann@worrelljetten.nl. We kijken graag met je mee.