Blog

Wetsvoorstel wijzigingen van de re-integratieverplichtingen in het tweede ziektejaar

Algemeen, 18 december 2023

Het kabinet wil voor kleine en middelgrote werkgevers de re-integratieverplichtingen bij ziekte versoepelen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het voor kleine en middelgrote bedrijven moeilijk is een langdurig zieke werknemer te re-integreren. Vooral omdat er geen passend werk beschikbaar is. Ook is het voor hen lastig de uitval intern op te vangen of vervanging te regelen. Vandaar dat het kabinet hen tegemoet wil komen.

Het wetsvoorstel heeft voor voornoemde werkgevers als voordeel dat een werkgever in een dergelijke situatie niet meer de re-integratie in zijn eigen bedrijf hoeft te bevorderen, maar zich na het eerste ziektejaar uitsluitend kan richten op re-integratie bij een andere werkgever. Dit geeft voor werkgevers tevens duidelijkheid over tot welk moment zij de eigen functie van de zieke werknemer voor hem/haar beschikbaar moet houden.

Een ander voordeel is dat met de voorgestelde wijziging de wendbaarheid van kleine en middelgrote werkgevers in het ziektetraject kan worden vergroot, doordat de werkgever vanaf het tweede ziektejaar de zieke werknemer permanent kan vervangen en iemand anders aannemen.

Inhoud wetsvoorstel

Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen, dan kan de re-integratieverplichting in het eerste spoor vervallen, indien:

  1. de werknemer uiterlijk in de 52e ziekteweek schriftelijk heeft ingestemd met het afsluiten van het eerste spoor (werkgever doet voorstel), of
  2. het UWV heeft, na een schriftelijke aanvraag van de werkgever, toestemming verleend om het eerste spoor af te sluiten.

Ad 1

Gaat de werknemer niet akkoord en wil de werkgever toch het eerste spoor afsluiten? Dan kan de werkgever uiterlijk in de 42e ziekteweek aan het UWV toestemming vragen (zie hieronder onder “ad 2”).

Ad 2

Het eerste spoor mag via het UWV worden afgesloten, indien:

  • de werknemer door ziekte op het moment van beslissen op de aanvraag niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten;
  • het aannemelijk is dat binnen 13 weken nadat het tweede ziektejaar is aangevangen de bedongen arbeid niet – ook niet in aangepaste vorm – kan worden verricht bij de eigen werkgever. De 13 weken worden gerekend vanaf het ingangsmoment van het tweede ziektejaar, en
  • de werkgever en werknemer in het eerste ziektejaar tot voldoende re-integratie inspanningen hebben kunnen komen. Mocht dat niet zo zijn en is sprake van onvoldoende re-integratie inspanningen, dan mag het eerste spoor niet worden afgesloten.

Bij de aanvraag voor toestemming van het UWV moet de werkgever een verklaring van de bedrijfsarts  overleggen. De bedrijfsarts dient dus een prognose over voornoemde 13 weken te geven.

De werknemer kan na het afsluiten van de re-integratie in het eerste spoor in principe geen aanspraak meer maken op de terugkeer in zijn eigen arbeid als hij weer herstelt.

Verder blijven werkgevers verantwoordelijk voor twee jaar loondoorbetaling bij ziekte en voor het verloop van het re-integratieproces. De werkgever blijft in het tweede ziektejaar verantwoordelijk om de zieke werknemer, als het eerste spoor is afgesloten, te helpen met re-integreren bij een andere werkgever, dus in spoor 2.

Hoewel veelvuldig vanuit werkgevers is gevraagd om ook wat aan de (lange) verplichte periode van loondoorbetaling tijdens ziekte van 104 weken te doen, wordt daar met dit voorstel geen verandering in gebracht. Die periode van 104 weken -en het bijbehorende opzegverbod bij ziekte – blijft dus vooralsnog staan op 104 weken. Dit betekent dat de werkgever pas na 104 weken het UWV om toestemming kan vragen om de arbeidsovereenkomst op te zeggen (of een vaststellingsovereenkomst met de werknemer sluiten). Bij een middelgrote werkgever toetst het UWV daarbij nog wel of er binnen 13 weken mogelijkheden tot herplaatsing van de werknemer zijn (in plaats van de reguliere herplaatsingstermijn van 26 weken). Bij een kleine werkgever speelt herplaatsing geen rol meer bij het verstrekken van de ontslagvergunning door het UWV.

Vragen?

Heeft u vragen over het wetsvoorstel? Neem dan contact op met onze juridische afdeling via telefoonnummer 079-3445687. Wij zijn u graag hierbij van dienst.

Deel dit bericht via