Nieuws Algemeen

Wetsvoorstel concurrentiebeding

Algemeen, 12 maart 2024

Geen toekomst voor het concurrentiebeding?

Het concurrentiebeding wordt heel fors aangescherpt, hervormd en aan banden gelegd. Minister van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil het aantal concurrentiebedingen drastisch terug brengen. De maatregelen betreffende de hervorming zijn neergelegd in het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding.
Aanleiding voor de hervorming is een onderzoek van Panteia uit 2021 naar het gebruik van het concurrentiebeding. Hieruit is gebleken dat veel werkgevers het concurrentiebeding opnemen als standaardbepaling in de arbeidsovereenkomst, ook als hiervoor geen noodzaak of aanleiding is. Helaas wordt het concurrentiebeding als een beperking ervaren van de grondwettelijke vrijheid van werknemers tot vrije arbeidskeuze. Daarom zou een concurrentiebeding alleen opgenomen en ingeroepen mogen worden wanneer dit noodzakelijk is voor de bescherming van de goodwill van het bedrijf. Als er geen noodzaak is om dit te beschermen, dan dienen vrije arbeidskeuze en arbeidsmobiliteit voorop te staan.

Onderzoek laat daarnaast zien dat het concurrentiebeding zo vaak gebruikt wordt dat het tot een ongerechtvaardigde beperking van werknemers kan leiden. Dit belemmert het goed functioneren van de arbeidsmarkt, omdat werknemers hierdoor beperkt worden om van baan te wisselen en werkzaam te blijven binnen hun expertise en specialisme. Voor werkgevers is het moeilijker om nieuw personeel aan te nemen.

Hieronder treft u een overzicht aan van de belangrijkste voorgenomen maatregelen:

  1. Een concurrentiebeding met een duur van langer dan 12 maanden zal nietig zijn. De maximale duur van een concurrentiebeding wordt dus 12 maanden.
  2. De geografische reikwijdte moet worden geëxpliceerd. In het concurrentiebeding moet dus worden vermeld voor welk gebied of welke straal het beding geldt.
  3. Ieder concurrentiebeding moet worden gemotiveerd. Dus ook bedingen in arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Voor concurrentiebedingen in tijdelijke contracten bestaat die verplichting al. Zonder motivering is het beding nietig. Uit de schriftelijke motivering moet blijken vanwege welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen de werkgever de beperking noodzakelijk vindt. Uit de rechtspraak volgt dat die lat hoog ligt!
  4. Er komt een verplichte vergoeding bij een beroep door de werkgever op het concurrentiebeding. Die bedraagt 50% van het maandsalaris. Die vergoeding moet overigens volledig vooruit worden betaald. Doet de werkgever dat niet, dan geldt het concurrentiebeding niet. Voorbeeld: wil de werkgever de vertrokken werknemer 12 maanden aan het concurrentiebeding houden, dan moet hij 6 maandsalarissen betalen, uiterlijk op de laatste dag van het dienstverband. Niet (op tijd) betalen = weg beding, maar moet werkgever de vergoeding nog wél betalen.
  5. De werkgever laat uiterlijk één maand voor het eindigen van het contract weten of hij de werknemer aan het concurrentiebeding houdt en hoe lang. En voor die duur moet de werkgever dan die vergoeding betalen.

Bovengenoemde maatregelen gelden óók voor relatiebedingen!

Geen concurrentiebeding bij een inkomen minder dan 1,5 keer modaal?

Los van het wetsvoorstel wordt het concurrentiebeding mogelijk nóg verder ingeperkt: zo is op 13 februari jl. de Motie Van Oostenbrugge/Patijn aangenomen, waarin het kabinet is verzocht om in de hervormingsplannen van het concurrentiebeding tevens een duidelijke grens op te nemen. Die grens zou dan moeten komen te liggen ter hoogte van 1,5 keer modaal salaris (periodeloon + vakantietoeslag + vaste uitkeringen) bij een voltijd dienstverband. Wordt er in een arbeidsovereenkomst met een inkomen minder dan 1,5 keer modaal een relatie- of concurrentiebeding opgenomen? Dan is dit beding sowieso nietig.

Voornoemde Motie is nog niet opgenomen in het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding. Echter, het demissionaire kabinet gaat wel verkennen of het concurrentiebeding verboden kan worden voor werknemers die minder dan 1,5 keer modaal verdienen. De verwachting is dat hier vóór de zomer duidelijkheid over komt.

Ingangsdatum wetsvoorstel:
De internetconsultatie voor het wetsvoorstel loopt van 4 maart 2024 tot 15 april 2024. Na sluitingsdatum van de internetconsultatie moeten vervolgens de Tweede Kamer en de Eerste Kamer zich nog buigen over het wetsvoorstel. Het streven is om de nieuwe wetgeving per 1 januari 2025 te laten intreden.

Als het wetsvoorstel in deze omvang wordt aangenomen zal het concurrentiebeding geen toekomstperspectief hebben. Gelukkig is er nog wel een lichtpuntje: dit jaar gelden de voorgenomen maatregelen nog niet.

Vragen?

Heeft u vragen over bovengenoemde wetsvoorstel? Neem dan contact op met onze juridische afdeling via 079-3445687. Wij helpen u graag verder.

Deel dit bericht via

Inschrijven nieuwsbrief

Bekijk alle nieuwsbrieven